C1. Cognitieve vaardigheden voor dagelijkse besluitvorming

Bedoeling:

Dit item is vooral van belang voor nadere beoordeling en zorgplanning in zoverre dat het de zorgverleners attendeert op een slecht op elkaar afgestemd zijn van de mogelijkheden van een cliënt en zijn huidig niveau van presteren, of dat de zorgverleners onbedoeld de afhankelijkheid van de cliënt koesteren.

Definitie:

Het werkelijk presteren van de cliënt bij het nemen van besluiten over alledaagse activiteiten.

Voorbeelden van dagelijkse besluitvormingsactiviteiten:

  • Kiezen van kledingstukken
  • Weten wanneer men moet gaan eten
  • Gebruiken van omgevingsaanwijzingen om zich te organiseren en plannen te maken (bijv. klokken, kalenders, opgehangen aankondigingen van komende gebeurtenissen)
  • Bij afwezigheid van aanwijzingen in de omgeving gericht bij anderen naar informatie zoeken (niet steeds herhaald) om de dag te plannen
  • Gebruik maken van het bewust zijn van de eigen sterke punten en tekortkomingen om de gebeurtenissen van de dag te reguleren (bijv. om hulp vragen als dat nodig is)
  • Maken van de juiste beslissing over hoe naar de eetzaal te komen
  • De noodzaak herkennen een loophulpmiddel te gebruiken en het trouw te gebruiken.

Proces:

Neem het cliëntdossier door. Raadpleeg en observeer de cliënt. Raadpleeg zorgverleners en waar mogelijk en nodig familieleden. Het rondvragen moet duidelijk maken of de cliënt actief beslissingen neemt en niet of het zorgteam denkt dat de cliënt ze kan nemen. Denk eraan dat de bedoeling van dit item is om vast te leggen wat de cliënt doet (het presteren). Wanneer een zorgteamlid besluitvormingsverantwoordelijkheid voor de taken van het alledaagse leven van de cliënt wegneemt of de cliënt niet aan de besluitvorming deelneemt, moet er van worden uitgegaan dat de besluitvorming van de cliënt gestoord is.

Codering:

Vul het nummer in dat met het meest juiste antwoord overeenkomt.
  • 0. Zelfstandig — Samenhangende, aanvaardbare en veilige beslissingen die een weerslag zijn van de leefstijl, cultuur en waarden.
  • 1. Gewijzigd zelfstandig — In vertrouwde situaties redelijke en veilige beslissingen, maar enige moeite in nieuwe situaties.
  • 2. Minimaal beperkt — In specifieke, terugkerende situaties worden slechte of onveilige beslissingen genomen; dan zijn aanwijzingen of toezicht nodig.
  • 3. Matig beperkt — Beslissingen zijn voortdurend slecht of onveilig; altijd aanwijzingen of toezicht nodig.
  • 4. Ernstig beperkt — Neemt zelden of nooit beslissingen.
  • 5. Geen merkbaar bewustzijn, coma. GA VERDER MET SECTIE G.

Voorbeelden:
  • De cliënt heeft een nieuwe verzorgende. De vorige verzorgende had de cliënt altijd geholpen bij het uitzoeken van de kleren voor de dag, het plannen van het gaan eten, enzovoort. Met de nieuwe verzorgende is de cliënt onzeker en heeft wat moeite bij zelfstandig beslissingen nemen. Codeer “1”.
  • De heer B. wordt door zijn dochter mee uit eten genomen bij haar hobbyclub. De heer B. is nooit naar dit restaurant geweest en heeft niemand van de hobbyclub eerder ontmoet. Hij kan zijn keuze bij het buffet niet maken hetgeen hij gewoonlijk wel kan. Zijn dochter moet hem beperkte keuzes aanbieden. “Pap, wil je aardappelen of rijst?” Hij krijgt nu dus aanwijzingen en enig toezicht. Codeer “1”.
  • De cliënt heeft aanwijzingen of toezicht nodig bij het besluiten wat te eten als hij eens per maand naar een bepaald restaurant gaat met zijn mede Rotary clubleden. Codeer “2”.
  • De heer D. gaat afwisselend naar zijn zoon of een van zijn twee dochters op zaterdagmiddag. Dit zaterdagse uitje vindt al twee jaar plaats. Elke keer echter ondervindt de heer D. een terugval in zijn gebruikelijke besluitvaardigheid. Hij moet aan dingen worden herinnerd en er moet op zijn eetgedrag worden toegekeken en dat hij zich passend kleedt. Codeer “2”.
  Page Info My Prefs
This page (revision-19) last changed on 09:22 30-Oct-2009 by DirkVanneste.
 
BelRAI @2007

JSPWiki v2.4.104
[RSS]